top of page
Junia-Sarah-Beth-Baca.jpg

Vrouwen in de Bijbel

De Bijbel is oorspronkelijk in het Hebreeuws en Aramees geschreven voor het Oude Testament,  en in het Grieks voor het Nieuwe Testament. 

Interpretaties en vertalingen van de teksten werden doorheen de eeuwen beïnvloed door bepaalde heersende culturele en politieke strekkingen.

Doordat het onmogelijk was om perfect de originele betekenis van deze teksten te vertalen, verloor men belangrijke informatie. 

Bijbelse vrouwelijke figuren werden door welbepaalde vertalingen in een ‘verkeerdelijke’ keurslijf en interpretatie geplaatst, die voornamelijk het patriarchaat bediende en bevoordeelde. Sinds de 20ste eeuw hebben verschillende theologen de oude teksten geanalyseerd en geherinterpreteerd. Dit heeft gezorgd dat vrouwelijke figuren in een ander daglicht kwamen met positieve en vernieuwende revelaties als resultaat. 

Maria 

moeder van Jezus

face_pale.jpg

De moderne interpretatie van Maria, de moeder van Jezus, verschuift steeds vaker van het geïdealiseerde beeld van een onbereikbare maagdelijke heilige naar een menselijk rolmodel voor geloof en daadkracht.

“Op het moment van de aankondiging, wanneer ze de opdracht om de zoon van God te dragen, aanvaardt, doet ze dat volledig autonoom. Ze wordt zwanger zonder reeds getrouwd te zijn, met gevaar voor eigen leven daar ze gestenigd kon worden. Zij alleen waagt zich aan een avontuur dat het lot van de mensheid zal veranderen en haar ja-woord aan de engel wordt gezien als een ongebonden daad van moed en geloof in een onzeker toekomst.

HAAR ANTAGONISTEN

In de Contrareformatie vanaf de 16de eeuw zal haar figuur hypertrofisch worden, geruggesteund door onderdanigheid, stilte en gehoorzaamheid waardoor de vrouwen gedwongen werden dit te evenaren. Eveneens zijn de Petrus- en Mariale doctrines erg bezwaarlijk. De eerste doctrine definieert Petrus als autoriteit en sleutelmacht met de paus als directe opvolger waardoor er te veel absolute macht geconcentreerd is bij één persoon ten koste van lokale geloofsgemeenschappen.

De tweede doctrine verheft Maria onterecht tot een mens met goddelijke proporties (4 dogma’s over Maria: Moeder van God, Eeuwige maagdelijkheid, Onbevlekte ontvangenis en Tenhemelopneming) en vervormd tot een beeld van onderwerping als overgave en contemplatie.

HAAR LICHAMELIJKHEID

Het idee dat vrouwen zich aan hun mannelijke tegenhangers zouden moeten onderwerpen is echter een verkeerde interpretatie! Maria’s virginiteit heeft niets te maken met de fysiologische maagdelijkheid, maar is een metafoor. Het betekent maagd zijn/of bevrijd zijn van de afgoden, om niet toe te geven aan alle ontrouw aan de enige God. De maagdelijke geboorte bevestigt de identiteit van Christus. Jezus is zowel een mens, want geboren uit een vrouw, en zoon van God, door zijn goddelijke ontvangenis, die de opstanding aankondigt. De biologie is nooit het onderwerp in de Bijbel!

De Katholieke Kerk wil Maria zo graag beschermen van lichamelijkheid dat de vier broers van Jezus worden genegeerd: Jakobus, Jozef, Judas (niet de verrader) en Simon. Daarnaast had hij ook minstens 2 zussen. Om Maria’s traditionele maagdelijkheid te behouden en Jezus ’beeld niet te “besmetten”, worden de broers en zussen van Jezus beschouwd als zijn neven en nichten in de Katholieke kerk, en heeft Maria dus geen andere kinderen.

Het is een kwestie van theologie en dus niet van moraliteit die onreinheid aan geslachtsgemeenschap koppelt. Het dogma van de eeuwige maagdelijkheid is een mannelijke constructie, waarbij men Maria transformeert tot een afgodsbeeld: zuiver dus onmenselijk. Deze morele zuiverheid dient er alleen toe het seksisme te benadrukken van een patriarchaat dat meer bezig is met het toe-eigenen van vrouwenlichamen dan met het overbrengen van een christologische boodschap.

HAAR ROL

Maria is niet louter de moeder van Christus. Ze stelt ook de Vrouwen in al hun diversiteit voor en hun rol in de samenleving. In Lucas 1,39-56 bijvoorbeeld, tijdens de visitatie van Maria aan Elisabeth, voelt Elisabeth plots de aanwezigheid van Christus in haar binnenste. Dit wijst naar de rol van woordvoersters die de vrouwen hebben om Christus’ boodschap uit te dragen. Bij haar bezoek aan Elisabeth, als beiden zwanger zijn, spreekt Maria het Magnificat (latijn voor ‘mijn ziel verheerlijkt’) uit.

Haar lofzang is een samenvatting van het 1ste Testament met tal van psalmen waaronder:

  1. het lied van Hanna (1 Samuel 2,1-10) een krachtige lofzang waarin Hanna God prijst voor de geboorte van haar zoon Samuel, nadat zij jarenlang onvruchtbaar was geweest.

  2. het gebed van Judith om kracht (Judith 9,1-14) en de lofzang na de overwinning (Judith 16,1-17).

  3. de verwijzing naar Sara, vrouw van Abraham, die met de geboorte van Isaak voor het nageslacht zorgt (Gen 21).

De lofzang duidt Maria’s profetische rol aan. Het Magnificat wordt tegenwoordig sociologisch en politiek geïnterpreteerd. Het is een krachtig lied waarin de machtigen van hun troon worden gestoten en de onderdrukten worden verheven, wat haar tot een icoon maakt voor sociale rechtvaardigheid en bevrijding.

Maria heeft actief leiderschap en moed:

  1. via haar instemming aan engel Gabriël om de moeder van Jezus -de Goddelijke Zoon- te worden als zeer bewuste en moedige keuze.

  2. via haar Lofzang als strijdlied, sociaal en revolutionair.

  3. via zorg en empathie, wat een vorm van aandachtige aanwezigheid en innerlijke kracht is in plaats van zwijgzame onderdanigheid.

Haar theologische status als ‘Moeder van God’ (Theotokos) wordt vandaag de dag geherinterpreteerd als een universele boodschap van kracht, moed en spirituele verbondenheid.

Haar aanwezigheid aan de voet van het kruis in Joh 19, staat symbool voor universele moederliefde en het moeten loslaten van een kind dat zijn eigen, moeilijke weg gaat, maar heeft eveneens een theologische interpretatie. Op het punt dat Jezus zijn geest geeft, zegt hij aan zijn moeder Maria: “Vrouw, zie, uw zoon.”  Jezus noemt zijn moeder ‘vrouw’ om de enkelvoudige relatie met haar te overstijgen, de boodschap te universaliseren en de verbondenheid tussen het mannelijke en het vrouwelijke aan te tonen. Hij vertrouwde zijn kerk toe aan een vrouw om duidelijk te tonen dat de kerkelijke gemeenschap zowel vrouwelijk als mannelijk is.

MARIA

Samenvattend oefent Maria de 3 sacrale bedieningen uit:

  1. Zij is in staat te besturen dat zien we op de bruiloft van Kana waar Jezus zich openbaart dankzij de medewerking van Maria.

  2. Zij weet hoe ze het woord moet overbrengen omdat ze de Torah kent en deze actualiseert, als voorbeeld het Magnificat.

  3. Zij kan heiligen dankzij haar unieke uitverkiezing door God om de moeder van Jezus te worden, en ze zegent de familie te Kana waar ze Jezus vraagt zijn eerste mirakel te realiseren.

​Maria moeder van Jezus en Maria van Magdala hebben het woord gekregen van Christus en zijn gezonden als apostelen. Het gaat erom de boodschap van Jezus te verwelkomen en te delen ongeacht het geslacht. Maria is de eerste leerling, apostel en de ‘moeder van alle gelovigen’ omwille van haar onwankelbaar geloof. Ze heeft het woord van God gekregen en is op missie gestuurd. Ze toont ons de weg van haar zoon. We moeten Maria volgen als een zuster die ons zegt: ’Kom me helpen, ik ga Christus niet alleen dragen!’ ” (1)

Bron:

(1) Sylvaine Landrivon : Marie notre sœur / Théologies en partage @leJourduSeigneur. 4/1/2025.

Maria Magdalena

of Maria van Magdala

face_purple.jpg

Maria Magdalena ontmoet Jezus tijdens zijn openbaar leven terwijl ze lijdt aan een bezetenheid – een  mentale ziekte. In Lucas 8,2 verdrijft hij zeven demonen uit haar lichaam.  Jezus’ zorg voor haar rechtvaardigt hun erkenning en vriendschapsbanden. 

“Ze is een belangrijke figuur in het evangelie omdat ze de eerste persoon is die de meest cruciale plaats van de Blijde Boodschap heeft bereikt: het open graf van Jezus Christus. In Johannes 20,16 noemt Hij Maria Magdalena bij haar voornaam tijdens de scène van de opstanding. Hij stuurt haar en zegt: ‘Ga naar mijn broeders en kondigt hen mijn verrijzenis aan.’ Deze vrouwelijke aanwezigheid fungeert als getuige, begunstigde en autoriteit, in een sociale context waar het woord van een vrouw toen niet meetelde. Ze is bevoordeeld met de ontmoeting en oproep van de Verrezene Christus, wat een totale gave is. Ze communiceert met Hem via de ‘agapé’, wijze; Grieks voor Absolute Liefde. Petrus zal dit niet bereiken en vervoegt Jezus via de ‘philia’; Grieks voor Vriendschap (Joh 21).

De Verrezene Christus verschijnt aan mensen die berusten bij het onomkeerbare. Maria Magdalena blijft onwankelbaar in haar geloof en dit leidt haar naar het graf, terwijl de mannelijke volgelingen alle hoop hebben opgegeven. Zij is een personage die door haar discretie en kracht  intrigeert en ze krijgt een voorkeursbehandeling door de strategische locatie van haar interventies: ze is een stille getuige aan het kruis en medespeelster van de geboorte van Jezus’ Kerk, en wordt zo bij haar ontmoeting met de Verrezene de eerste missionaris.

Het cijfer 3 in de vermelding van de “3de dag verrezen uit de dood”, wijst op verschillende grote gebeurtenissen in de Bijbel. Een paar voorbeelden: de 3de dag na Jezus’  doopsel in Cana met zijn moeder Maria; de 3de dag daalt de Heer op de Sinaïberg tegenover het uitverkoren volk. Dit luidt een Nieuw Verbond aan via vrouwelijke stemmen, zoals Maria, moeder van Jezus, en Maria Magdalena; ze zijn de bodes van ‘de Eeuwige’ en wenden zich tot de gemeenschap waar ze Jezus’ Boodschap openbaren.

Via het commentaar van Thomas Van Aquino op het evangelie volgens Johannes 14,19 richten we ons naar de erkenning van de benaming ‘Apostel’ voor Maria Magdalena. Drie voorrechten werden toegekend aan Maria Magdalena:

  1. Het profetisch voorrecht: ze was waardig om de engelen te zien.

  2. Ze staat boven de engelen: ze ziet Christus waarop de engelen verlangen zich te buigen.

  3. Apostolische rol: apostel der apostelen. Haar werd toevertrouwd om de Verrijzenis van de Heer aan de volgelingen te verkondigen: ‘Ga naar mijn broeders en zeg hen, ik ga naar mijn Vader toe’ (Joh 20,17).

Het is steeds de uitdrukking in het Grieks ‘è Magdalènè’ die volgt op haar naam in alle evangeliën. Magdalènè, naar haar etymologie “migdal” in het Hebreeuws betekent ‘de toren’. Dit woord verwijst naar een verheffing, naar een bewaarderrol. Vervolgens ondersteunen grammaticale redenen in de Griekse tekst de hypothese van overlapping van 2 Maria’s: namelijk de vermenging met Maria van Bethanië. Als het van haar eigenschappen afhangt, kan deze vrouw absoluut in Bethanië wonen en die speciale vriendin van Jezus zijn. En zodanig herkend worden als de wachter en bewaker wiens aanwezigheid gerechtvaardigd is tijdens alle belangrijke momenten zoals de Verrijzenis. Holistisch gezien, begrijpt ze de boodschap door haar intellect en gevoeligheid, haar ziel en het lichamelijke. Met name: de dood is overwonnen en God is onze Schepper, we zijn allen broeders en zusters, in een horizontale filiatie die alle hiërarchie afschaft.

Door de eeuwen heen is er bijzonder veel verwarring gezaaid rond het personage van Maria Magdalena. Haar beeld heeft geleden in het Westen door deze te vermengen met de anonieme zondares in Lucas 7, 37. De versmelting instrumentaliseert de tekst: de zalving gerealiseerd door de prostituee dient een moreel doel en illustreert de goddelijke ontferming in een berouwvol proces via het schema zonde-berouw-vergiffenis. Paus Gregorius de Grote zal in de 6de eeuw deze pedagogie in werking stellen door deze aan Maria Magdalena toe te schrijven. Door zijn theologische krachttoer die deze 2 figuren versmelt, vormt Gregorius een hybride figuur, ongekend in de Geschriften, die de geredde Mensheid symboliseert, berouwvol en gehoorzaam in tegenstelling tot de zondeval wier verantwoordelijkheid berustte op Eva. Deze paus buigt de Johannische leer om tot een beloningstheologie: zijn uitvinding van een berouwvolle Maria Magdalena tegenover haar zonden, huilend van liefde voor de barmhartigheid van Christus, zal de vrouwen bestemmen tot volledige verstoting van alle tijdelijke macht, waarvan de Kerk nog niet genezen is…    

Wat betreft de vrouwen in de evangeliën, is er een immens werk om meer dan 15 eeuwen bediening van een bepaalde interpretatie af te bouwen.”(1)

 

Bron:

(1) Sylvaine Landrivon: ‘La part des femmes, relire la Bible pour repenser l’Eglise’.

Eva

Hebreeuws hawwah

Moeder van alle levenden

face_gold.jpg

In de Torah (eerste vijf boeken van de Tenach-Hebreeuwse Bijbel) stelt het Scheppingsverhaal in Genesis 1,27 in algemene termen dat God de mensen zowel mannelijk als vrouwelijk schiep. De eerste Adam is een uit klei gekneden menselijke aardling, drager van de 2 geslachten.

God laat deze generische mens in een diepe slaap vallen, om deze vervolgens bij het ontwaken te scheiden in een mannelijke en vrouwelijke zijde, Adam en Eva. Als twee gelijke wezens tegenover elkaar.

 

“In de Abrahamitische religies wordt Eva beschouwd als de eerste vrouw door God geschapen, rechtstreeks uit één rib van Adam. 

Het Hebreeuwse woord 'Tzela' in Genesis 2,18 wordt hier vertaald als 'rib': Eva wordt geboren uit de rib van Adam, dus als deel van zijn wezen. Een behulpzaam element en door haar oorsprong afhankelijk van het eerste lichaam, mannelijk.

Doch dit woord wordt in Exodus 26,20 als 'zijde' vertaald:'De 2 zijden van de tabernakel'. Indien we deze vertaling volgen, is Eva de gescheiden helft uit het origineel androgyne wezen. Eva is een ander subject net gelijk aan de man.”(1)

 

De redenering van de verhouding man-vrouw, in onze beschaving, werd grotendeels door de eeuwen heen opgebouwd en gevoed vanuit de eerste vertaling 'rib' en niet vanuit de tweede vertaling 'zijde'. Deze vertaling heeft een grote weerslag op het beeld en de rol van de vrouwen in de maatschappij toen en nu.

 

Eva is eveneens dupe van een andere vertaling met immense impact:

de verboden vrucht uit de tuin van Eden.

De appel die Eva aan Adam gaf, komt door de geschiedenis heen in de meeste afbeeldingen van dit mythische tafereel voor.

Doch dat fruit komt nergens voor in de Hebreeuwse tekst uit de Genesis. Heel waarschijnlijk gaat het om een vijgenboom, fruit dat verschijnt in Gn3,6-7 ‘Eva at van het fruit’ en ‘ze naaiden vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendendoeken van.’

“Vermoedelijk is een verkeerde Latijnse vertaling van 'de boom van kennis van goed en kwaad' "lignum scientiae boni et mali", 'mali' vervoegd vanuit zijn homoniem 'malum' ... als appel gelezen.”(1)

 

“Na het smaken van de vrucht, ontdekken Adam en Eva hun naaktheid en hun zwakheden en is hun geweten geëvolueerd en vernieuwd door de boom van kennis van goed en kwaad.

Wanneer God Eva bevraagt in Genesis 3,12: 'Wat heb je gedaan ?' Antwoordt Eva de waarheid: 'De slang heeft mij bedrogen'.

Ze neemt de verantwoordelijkheid op zich, en zegt niet 'de slang heeft ons bedrogen'.”(3)

 

“De Rabbijnse traditie spreekt nooit over de appel als vrucht.

Daarentegen canoniseert het Christendom de appel als vrucht van de verleiding met een seksuele overtreding en laat geen andere voorstellingen toe. Zodoende worden andere mogelijke lezingen ontmoedigd en de interpretatie verstijfd.

De Katholieke Kerk beschouwt Genesis 3 als de zondeval: de erfzonde van de 'eerste ouders' waarmee haar erfelijk karakter verbonden is. Maar het woord 'zonde' is niet vermeld in Genesis 3. De eerste menselijke zonde is de broedermoord van Cain op Abel in Genesis 4 en dus niet de overtreding  in de tuin van Eden.

De Katholieke Kerk was zo drukkend in verband met deze ongehoorzaamheid dat ze zelfs de Verlossingstheorie heeft ontwikkeld waarin de Zoon van God is gekomen om de ongehoorzame Mensheid in de tuin van Eden, te redden.

Doorheen de eeuwen hebben de vrouwen het gewicht gedragen wat gewoonlijk 'de zonde van Eva' wordt genoemd. Onze beschaving werd gebouwd en gevoed, via de eerste interpretaties van Genesis 2 en 3, met de vrouw als hulp en als afgeleide van de man, en ook als ongehoorzame, niet te vertrouwen mens. De Kerk heeft verder geleefd en geëvolueerd op deze andro-centrische interpretaties, met de man als eerste menselijk wezen.”(2)

 

Bronnen:

(1) Delphine Horvilleur 'En tenue d'Eve, féminin, pudeur et judaïsme'.

(2) Anne Soupa 'Les femmes dans les religions monothéistes: le catholicisme'

Cordoba association.

(3) Sylvaine Landrivon  'La part des femmes,  relire la Bible pour repenser l'Eglise'.   

bottom of page